Werkwijze Primair onderwijs groep 3 t/m 5
Leerlingen werken gedurende het schooljaar uit stencils. Deze stencils zijn gebaseerd op de lesmethode die gegeven wordt op de basisschool van de leerling. Finaal Educatie toetst haar leerlingen (behalve GR3) gedurende het schooljaar om het leerproces te peilen. Aan het begin van het jaar vindt er een intaketoets plaats. Deze resultaten fungeren als nulmeting en worden gebruikt om de leerling in de juiste klas te plaatsen. Later in het schooljaar worden er twee tussentoetsen en een eindtoets afgenomen. De tussentoetsen en eindtoets fungeren als middel om het leerproces van de leerlingen te peilen. Deze toetsen gaan gepaard met oudergesprekken. Hierbij worden de resultaten en verwachtingen per leerling besproken in een gesprek tussen bijlesdocent en ouder.

Werkwijze Primair onderwijs groep 6 t/m 8
Leerlingen werken gedurende het schooljaar uit lesboeken. Hierbij mag de bijlesdocent zelf bepalen op welke volgorde en snelheid de lesstof behandeld zal worden. Afhangend van het niveau van de klas komen alle onderwerpen van Taal en Rekenen aan bod. Twee keer per jaar is er op de basisschool een toets moment. Halverwege het schooljaar (Medio toets) en aan het eind van het schooljaar (Eind toets). Om de bijlessen zoveel mogelijk te laten aansluiten op deze toets momenten, werken leerlingen de voorafgaande weken tijdens de bijlessen uit CitoMateriaal boeken. Op deze manier worden leerlingen klaargestoomd voor de toetsen die zij op de basisschool zullen krijgen.
Ook Finaal Educatie toets haar leerlingen gedurende het schooljaar om het leerproces te peilen. Aan het begin van het jaar vindt er een intaketoets plaats. Deze resultaten fungeren als nulmeting en worden gebruikt om de leerling in de juiste klas te plaatsen. Later in het schooljaar worden er twee tussentoetsen en een eindtoets afgenomen. De tussentoetsen en eindtoets fungeren als middel om het leerproces van de leerlingen te peilen. Deze toetsen gaan gepaard met oudergesprekken. Hierbij worden de resultaten en verwachtingen per leerling besproken in een gesprek tussen bijlesdocent en ouder.

Werkwijze Voortgezet onderwijs
Voortgezet onderwijs leerlingen werken gedurende het jaar uit eigen schoolboeken. De bijles is specifiek gericht op de zwakste vakken van de leerling, dit kan per leerling verschillen. Een leerling die ingeschreven staat voor twee bijlesuren per week, dient deze uren te besteden aan maximaal twee vakken. Het is niet haalbaar om gedurende de bijlessen alle schoolvakken te behandelen. Een vo-bijlesdocent dient snel te kunnen schakelen tussen niveaus en vakken en fungeert tevens als rolmodel. Het is van belang om minstens één keer per twee weken de magister te raadplegen van de leerling. Voor het Voortgezet onderwijs zal er gedurende twee keer per jaar een oudergesprek plaatsvinden. Hierbij worden de gemiddelden en verwachtingen per leerling besproken in een gesprek tussen bijlesdocent en ouder.